Koninginnedag

Koninginnedag
2010
De dag die een feestdag had moeten zijn, eindigt in een nationale tragedie wanneer een zwarte Suzuki Swift zich in Apeldoorn door de menigte boort. Minister-president Jan Peter Balkenende is op dat moment in Warschau. Halsoverkop vliegt hij met het regeringsvliegtuig terug naar Nederland. In zijn gevolg bevindt zich een jonge vrouw, een communicatieadviseur, ingehuurd om het imago van Balkenende te verbeteren. Niemand aan boord weet wat haar relatie is met de bestuurder van de Suzuki Swift. Wat is de werkelijke reden van haar aanwezigheid in het vliegtuig? Nog 146 minuten tot de landing. De tijd dringt.

Koninginnedag 2009, tien voor twaalf
Weet u nog waar u was?
Wat u dacht, wat u deed?
Bij mij thuis ging de telefoon.

Boek IV – Het Moment
Op het display zie ik wie het is.
‘Hai vader,’ neem ik op. Wat een prachtige Koninginnedag, denk ik, terwijl ik door het raam de hemel zie; strakblauw, wolkeloos. We maken aanstalten hem op te pikken om samen de stad in te gaan. Mijn vader verheugt zich er op, dit jaar in het bijzonder. Koninginnedag, moet u weten, is in mijn familie altijd een nogal rare dag geweest, en al helemaal voor mijn vader – het is namelijk zijn verjaardag, vanmorgen vroeg hebben we hem volgens traditie telefonisch Lang zallie leven toegezongen.
‘Hebben jullie de tv aan?’ vraagt hij.
Ik kan me niet anders herinneren of de aanloop naar Koninginnedag betekende bij ons thuis inkopen doen en plannen maken voor de visite. De dag zelf bestond uit wachten tot ze al dan niet verschenen. Toen ik klein was volgden we op televisie de defilés. Later bekeken we de Koninklijke Familie in het land: volksdansen, koekhappen.
‘Nee,’ zeg ik. ‘Hoezo?’
Maar dit jaar, hebben we afgesproken, gaan we het anders doen. Hij heeft iedereen afgebeld die eventueel aan de deur zou kunnen verschijnen om hem te feliciteren. We hebben ons voorgenomen met Lijn 25 vanaf de kop van de Rijnstraat de stad in te rijden, en ons dan vervolgens te laten verrassen door het feestgedruis. Wie weet stappen we ergens uit, als het er gezellig genoeg uitziet, misschien ook niet.
‘Een aanslag op de Koningin. In Apeldoorn. Het is live op tv.’

Boek IV – Het beeld
Ik weet het nog precies. Het beeld raakt me onmiddellijk en lichamelijk. Het is te vergelijken met wat ik me kan herinneren van mijn gevoel op nine-eleven: ik wilde niet kijken, wilde niet geloven, maar kon niet anders, alles moest ik zien, horen.
Eindeloos herhaald zie ik de zwarte Suzuki, die agente op de fiets, het trapje van die fotograaf, de hartmassage op die kruising, die handen van Máxima en Willem-Alexander. En de eenzame schoen die er altijd is na afloop, de eenzame schoen die ik nog ken uit Wondermans eindspel.
‘Ik kan wel janken,’ zegt mijn vader aan de telefoon.
‘Ja,’ zeg ik, ‘ik ook.’
Van de stad in is geen sprake meer.

Wat we deden, in afwachting van de persconferentie
Heel Nederland, ons collectieve geheugen, heeft dit op het netvlies, onuitwisbaar. Uitgerekend op het kruispunt in Apeldoorn waar op dat tijdstip alle camera’s en alle fotografen zijn verzameld, om niets van het defilé te missen dat nog eenmaal zal worden gehouden ter ere van de honderdste geboortedag van Juliana.
In afwachting van de persconferentie slaan commentatoren aan het speculeren. Hoewel ze erbij zeggen dat het daar natuurlijk te vroeg voor is en dat we vooral niet op de feiten vooruit moeten lopen. Bij gebrek aan nieuws worden internet en twitter geciteerd, live in de uitzending, hoewel erbij wordt gezegd dat de berichten natuurlijk nog onbevestigd zijn. Gerespecteerde nieuwslezers stellen vragen waar niemand het antwoord op heeft, met geen ander doel dan om de tijd te overbruggen. Waarom heeft dit moeten gebeuren? Zal Koninginnedag ooit nog hetzelfde zijn? Kunnen we al iets zeggen over de beveiliging?
In Apeldoorn zie ik mensen in de rij, keurig staan ze te wachten op hun beurt, om aan de cameraploeg te vertellen waar ze waren (vlakbij de kruising), wat ze dachten (dat ze het eerst niet konden geloven) en wat ze nu gingen doen (naar huis).

Wat ik dacht
Het a-woord valt. Juist op het moment dat we dachten dat het niet erger kon. Ook ik denk inmiddels het ondenkbare: Stel dat de dader allochtoon is. Het mag niet uitmaken, maar dat doet het natuurlijk wel.
‘Nee toch, hè vader?’
Als even later de kersverse burgemeester van Rotterdam Ahmed Aboutaleb de NOS en RTL belt, en inbreekt in de uitzending om te melden dat alle officiële festiviteiten in Rotterdam zijn afgelast (Ahmed Aboutaleb en niemand anders, uitgerekend hij, de eerste allochtone burgemeester van Nederland, de eerste hoogwaardigheidsbekleder die actief het woord voert op tv), weet ik het zeker.
Op de televisie zijn we het nog steeds eens dat het veel te vroeg is voor conclusies en dat we vooral onze kalmte moeten bewaren.
Maar in mijn fantasie zie ik rassenrellen, brandende banlieues en Wilders met vijftig zetels, de grootste van het land.

146 minuten later
Om zestien over twee op Koninginnedag 2009, 146 minuten na de aanslag, verschijnt minister-president Jan-Peter Balkenende in beeld, op luchthaven Zestienhoven. Ik hoor niet echt wat hij zegt. Zoals me wel vaker overkomt als hij aan het woord is, dwalen mijn gedachten af. Tony Blair schiet me te binnen, en wat hij zei op de dag na de dood van Diana: The people’s princess. En Obama’s bezwering Yes we can, en Ich bin ein Berliner, I have a dream zijn er ook, ach wat zit ik te doen, wat maak ik mezelf wijs – dat gaan we niet meemaken.
Wat zou ik er voor over hebben onze minister-president eens – just once – iets te horen zeggen dat mij raakt, troost, inspireert na het zien van die eindeloos herhaalde beelden van onmacht, na het horen van al die vragen waarop het antwoord uitblijft? Iets dat mij doet nadenken over Nederland en wat we er van hebben gemaakt met zijn allen.
Begint mijn Boek IV daar, op de bank voor de tv, die 146 minuten in afwachting van, met mijn jarige vader aan de telefoon? Ja en nee.

Hoe het verder ging met Wonderman
Iets meer dan een maand na die Koninginnedag, op 2 juni 2009, ontmoet ik voor het eerst Jan Pronk, de man die volgens iedereen die het weten kan model heeft gestaan voor mijn fictieve personage Jaap Vos in mijn Boek 3, Wondermans eindspel.
We staan in de hal van de Melkweg in Amsterdam, schudden elkaar de hand. ‘Ik had u willen bellen, mijnheer Pronk.’
‘Het is goed, mijnheer Asman,’ antwoordt hij meteen, ‘dat u dat niet hebt gedaan.’
‘Hoe kom je in vredesnaam op Jan Pronk als inspiratie voor een romanfiguur?’ vraagt de gespreksleider die avond, een vraag die me vaker werd gesteld.
‘Ik kom uit een rood nest,’ antwoord ik. ‘Ik had dit boek nooit kunnen schrijven over een CDA-politicus.’ Het is mijn routineantwoord. Maar ditmaal, zij aan zij met Jan Pronk (die onverwacht genereus is over mijn boek en onverwacht bescheiden waar het gaat om zichzelf), overtuigt mijn antwoord op de automatische piloot me niet. Laten we het er maar op houden dat ik er niet van hou wanneer ik mezelf ‘nooit’ hoor zeggen.

Dat beeld, dat moment, die 146 minuten van onmacht en ongeloof, op de grens van hoop (dat het afloopt met een sisser) en boosheid (Balkenende, de immer oninspirerende), worden de motor van Koninginnedag. Mijn ‘nooit een boek over een CDA-politicus’ wordt de brandstof.

Verbeelding of werkelijkheid?
Kan ik er iets mee? Iets meer dan geschokt zijn, verbijsterd, onthutst en sprakeloos? Iets meer dan kaarsjes aansteken en teddyberen neerleggen bij het kruispunt? Iets meer dan op een condoleanceregister mijn medeleven betuigen, zoals onze minister-president Balkenende daar stond te doen op Zestienhoven om 14.16 uur?
Wie heeft hem dat eigenlijk verteld, zo te moeten reageren? Waar kwam hij eigenlijk vandaan? Andere dingen aan zijn hoofd? Wat deed hij toen hij het hoorde? Wat dacht hij, voelde hij? En hoe kom ik daar in ’s hemelsnaam achter zonder het hem direct te vragen (het advies van Jan Pronk)?
En wat zou er gebeuren als ik de daad en de dader dichtbij zoek, om te zien wat we ervan kunnen leren over onszelf? Het is namelijk wel gebeurd, niet ergens ver hier vandaan, niet lang geleden, maar in Nederland anno nu, bij mij in de straat.

Jed Bartlett
Later, als ik me afvraag hoe ik hier in vredesnaam een boek van moet maken, met als ingrediënten een gebeurtenis waarvan iedereen de afloop al kent en met onze minister-president als onwaarschijnlijkste held, schiet Jed Bartlet me te binnen, de fictieve president van de Verenigde Staten uit The West Wing, de meest indrukwekkende televisieserie aller tijden.
Naast ongekend slimme schrijvers en een wereldcast, is voor mij de meest briljante vondst dat de afleveringen eindigen waar de kijker normaal gesproken inschakelt, namelijk op het moment dat de President zijn toespraak begint.
The West Wing draaide die televisiewerkelijkheid terug: we zien de President achter de schermen, de episodes eindigen soms ook letterlijk op het moment dat hij de felle lampen, de fotografen, camera’s en microfoons tegemoet treedt.
Toon en timing van een aflevering The West Wing, kan ik dat? Van Balkenende een Bartlet maken? Niet de Balkenende die we zien, maar de Balkenende die we graag zouden willen zien?
En, als we toch bezig zijn met mijn ambities waar het Boek IV betreft te formuleren, kan ik een ‘ik’-boek? Kan ik na de grote greep, de brandhaarden van de wereld, Latijns-Amerika, de Balkan en Afrika een boek op de vierkante millimeter in de Haagse polder? Kan ik herschrijven in drie weken, waar ik voorheen evenveel maanden nodig had? Kan ik het niet in 471 (De Cassandra Paradox), niet in 397 (Britannica), niet in 358 (Wondermans eindspel) maar in 224 pagina’s?
En, last but not least, kan ik het zonder schokeffecten – want een boek over Koninginnedag 2009 heeft alles nodig, maar dat niet.
Allemaal nieuw voor mij.
Zoals het nieuw voor mij is dat een boek van mij De Telegraaf en Het Parool haalt, de radio, SBS6 Shownieuws en RTL Boulevard, twee maanden voor het in de winkel ligt. En nieuw dat mensen hun ongezouten mening over mij en mijn werk ventileren op websites, lang voor er een letter is gelezen. En dat ik niet zozeer uit landsbelang maar om puur egoïstische motieven hoopte dat het kabinet Balkenende IV het nog even vol zou houden.

Boek IV – missie geslaagd?
Pfff. Ik ben er de afgelopen maanden te hard mee bezig geweest, te geconcentreerd, om er nog een zinnig woord aan toe te voegen. Maar laten we het voor nu houden bij de reactie van mijn vader (geen Balkenende-fan.)
‘Gadverdamme,’ zei hij, na lezing van mijn eerste manuscript, nadat ik hem vroeg of hij mijn minister-president geloofde. ‘Ik vond hem zelfs aardig. Heb je nou je zin?’

WA (maart 2010)

Warme broodjes, posters, Prem
Ineens heb ik het eerste exemplaar in mijn handen. Dit is in de hal van De Bezige Bij, als iemand pardoes een hand in een doos steekt. ‘Die gaan als warme broodjes,’ voorspelt het hoofd marketing. Er is door uitgever en auteur zo hard aan dit boek gewerkt dat we niet eens tijd hebben om een feestje te organiseren.
Het omslag, de vlag halfstok tegen een strakblauwe lucht, beneemt me de adem. Ik zucht, denk aan de zucht van Beatrix.

Enorme posters hangen overal in de stad. Waterlooplein, Bloemgracht, Europaboulevard, op de schuttingen van de Noord-Zuidlijn voor het Centraal, bij Panama, rond het Westerpark. Als je niet beter zou weten en langsfietst in de zon in de week vóór Koninginnedag 2010, is de poster een perfecte opwarmer voor het aanstaande feest.

Op 29 april ben ik te gast bij het live lunchprogramma op BNR Nieuwsradio. Het gesprek komt op gang als we het hebben over de geloofwaardigheid van al die BN’ers met hun soundbites aan tafel bij DWDD. Om 14 uur is Prem Radhakishun aan de beurt op de zender, hij staat achter het glas met ons mee te luisteren, te klieren, breed lachend, duimen omhoog. Thuis, nauwelijks nog gekalmeerd, luister ik de uitzending terug, en hoor ik mezelf ratelen in diezelfde soundbites. Ik zeg dat het verschil tussen Jan Mulder, Paul de Leeuw en Prem is, ‘dat ik Prem geloof’.

Ook Editie NL is van de partij, Asman voor het eerst op landelijke televisie. Terwijl de lampen worden geïnstalleerd vraagt Wilson Boldewijn: ‘Vind je het erg als ik nog even snel door je boek blader?’ Maar hé, wie daarop let is een kniesoor, want warme broodjes moeten verkocht. ‘Kunt u begrijpen dat veel mensen het niet nodig vinden dat dit boek is geschreven?’ Na een stilte volgt mijn antwoord: ‘Ík vond het nodig.’

Ook een first is de paginagrote advertentie voor mij alleen op de binnenzijde van het omslag van Vrij Nederland. Op 21 april spot JH een enorme stapel in de Bijenkorf. Ook in de boekhandel in Apeldoorn zijn exemplaren gesignaleerd.

Koninginnedag wordt gebruikt als lesmateriaal bij het curriculum Creatief Schrijven op de Hogeschool van Amsterdam, ideaalvoorbeeld voor het gebruik van tijdsverloop.

De reacties ná lezing van het boek
Privé kreeg ik nooit eerder zoveel spontane reacties op een boek. RV: ‘Een mensenboek.’ NA: ‘Prachtig, overweldigend, een juweel.’ SR: ‘Weer een boek dat me aan het denken zet. Het pakt me, verwart me. Ik zag je net op tv. Neem wat rust.’ Een sms van mijn jongste dochter: ‘Het is je gelukt, in één ruk uitgelezen!’ LB: ‘Je beste tot nu toe, grappig, vol vaart, geen overbodig woord. Het eerste ik-boek sinds Damocles dat ik uitlas.’ RvD: ‘Geloofwaardig, vol diepgang, de verwijzingen naar de actualiteit zijn niet alleen interessant en overtuigend, maar ook scherpzinnig (hoe wéét je dit allemaal?).’ SE: ‘Leuk, maar nu kan ik Balkenende nooit meer muten.’ JM: ‘Je meest toegankelijke boek met fantastische dialogen en zeer krachtig geschreven zinnen.’ RvD2: ‘Heel erg knap geschreven, op stilistisch en microniveau zelfs nog wat beter dan Wonderman. Ik was geboeid van begin tot eind, misschien niet zozeer door de plot maar door de stijl en de dwingende kracht van de ontwikkelingen. Wat ik misschien met de critici deel is dat “het niet spannend is”, spannend zoals je van een thriller verwacht. Dat het wat mij betreft wél een page-turner was, heeft met suspense niets te maken, maar met interesse hoe het met de vrouw gaat, hoe ze zich redt, óf ze zich redt, en tegen welke prijs. Die prijs valt niet mee, uiteindelijk.’
Ineens heb ik EK aan de telefoon, ik schrik even als hij me voor het eerst in mijn leven opbelt. Hij staat dan voor het stoplicht op dat kruispunt in Apeldoorn, dagje uit met de familie. ‘Ik moest je even bellen en zeggen waar ik sta.’
Ook van collega’s krijg ik opmerkelijk veel prachtige reacties. RJ: ‘Jouw Balkenende is geniaal, het Haagse perfect getroffen. Heb je al een reactie van Jack?’ DH: ‘Man, wat kan jij schrijven. Er had “roman” op moeten staan.’ PdZ: ‘Over dat einde kan iedereen zeggen wat-ie wil, ik heb er zelf uiteraard ook op zitten broeden, maar ik kwam er niet uit, jij wel.’

We krijgen een privérondleiding op Paleis Het Loo. Ik schrik even, als de bejaarde gids, geboren en getogen in Apeldoorn, me na afloop vertelt dat hij mijn boek heeft gelezen, geleend in de bibliotheek. Hij had er lang over getwijfeld. ‘Mooi,’ zegt hij, ‘onverwacht mooi, eigenlijk. Totaal geen lijkenpikkerij, integendeel. Balkenende mag jou wel dankbaar zijn. En dan geef je hem ook nog die droom van je dochter cadeau.’

De pers
Zeker in vergelijking met mijn vorige, Wondermans eindspel, waar de stortvloed aan aandacht maar niet leek te verslappen, is het angstig stil.
De spaarzame recensies zijn soms welwillend, meestal niet. Mijn Balkenende vonden ze goed, mijn Berlusconi. Maar dat einde? En hoe moest je het boek nou lezen, als thriller, als roman, als ramptoerisme, als een ‘vlot vertelde illustratie bij de Postbus 51-filmpjes waarin de vraag centraal staat: aardige mensen, hoe ga je ermee om?’ zoals NRC schrijft? Of als ‘misschien wel de slechtst begrepen roman van 2010’, zoals Gert-Jan de Vries later zegt, in het jaaroverzicht op Crimezone.

Zomer 2010
De boekhandel mort, de warme broodjes beginnen te schimmelen. In juni besluiten we dat er geen andere keus is dan alle uitgeleverde exemplaren terug te halen.

Het was te vroeg
Waar ging het mis? Hoe kan het dat we ons zo hebben misrekend? Moest dit boek wel zo nodig?
De eerste poging tot een mogelijk verklaring komt van Pieter Swinkels: ‘Het was misschien te vroeg. Nederland was nog niet toe aan herdenken.’
Jaren later, als ik in de aanloop naar het eerste lustrum van de aanslag Paul Rem ontmoet, de übercharmante conservator van Paleis Het Loo, beaamt hij: ‘De wond hier is nog altijd vers, Willem.’

Dus te vroeg, jazeker.
Lang voor Hugo Borsts pamflet tegen de schrijnende gevolgen van de doorgeslagen verzakelijking in de zorg.
Lang voor we ons realiseerden dat we Brexit, het “nee” bij het Oekraine-referendum en Trump hadden kunnen zien aankomen.
Lang voor de NPO op zoek ging naar de boze witte man die ik in Koninginnedag mijn straat, mijn huis, binnenhaalde.

Maar te vroeg is niet alles, wat mij betreft.

De reacties vóór lezing van het boek
Op 22 februari 2010 namelijk, bijna tien maanden na de aanslag, twee maanden voor Koninginnedag zal verschijnen, verspreidde het ANP een persbericht. De kop: ‘Willem Asman schrijft thriller over koninginnedagdrama.’ De eerste zin: ‘Misdaadauteur Willem Asman schrijft een thriller over het drama op 30 april in Apeldoorn vorig jaar.’
Diezelfde dag nog ging het los op sociale media. ‘Walging’ over ‘deze smakeloze lijkenpikkerij’. ‘Verbijstering’ over ‘dit sensatiebeluste geld verdienen’ aan ‘alle ellende van onschuldige slachtoffers’.
Twee maanden voor verschijnen was dit natuurlijk helemaal geen reactie op mijn boek, maar op de reputatie van het genre – ik ben op dat moment nota bene voorzitter van dat bij voorbaat verdachte hokje.
Zo ook bijvoorbeeld de recensie in de Telegraaf: ‘Apeldoorn 2009 is natuurlijk de perfecte materie voor complotdenkers en thrillerschrijvers – of een combinatie van beiden. Helaas is er van een complot of een ander mysterie in Koninginnedag geen sprake.’ Of hoor Wim Brands, die in een panel ter gelegenheid van de 65e verjaardag van René Appel zegt dat het thrillergenre gebaat zou zijn bij eindelijk eens een experiment.

Mislukt?
Kwam Koninginnedag te vroeg? Ja. Wie weet, zien we het terug in 2034 of 3009, met in een bijsluiter de uitleg wie Beatrix ook alweer was.
Is het misbegrepen? Ook. Ironisch, welbeschouwd, en toepasselijk ook, dat een boek dat gaat over grote bekken, grote bekken krijgt. Het persbericht zette de toon. Het verdachte hokje deed de rest.
Is Koninginnedag dus mislukt? De teleurstelling was groot, de dreun van de zwarte Suzuki ijlde ook in mij nog lang na. In zekere zin markeerde dit drama, dat we beiden niet zagen aankomen, het begin van het einde voor mij bij mijn geliefde uitgeverij. En ja, wanneer we sec naar de omzet kijken, is Koninginnedag mislukt.

Niet mislukt
Want omzet is niet alles. Doelen moeten smart zijn, u kent het rijtje ongetwijfeld: specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch, tijdgebonden. De dodelijkste voor mensen zoals ik, de ware gelovers in maakbaarheid, is realisme.
Maak mooie recensies nooit je doel, tenzij je ze zelf schrijft.
Maak honderdduizend exemplaren nooit je doel, tenzij je ze zelf koopt.
Wanneer ik terugkijk op mijn smart doelen voor mijn Boek IV kan ik niet ontevreden zijn. Ik wilde zo dichtbij als ik kon bij een aflevering van The West Wing uitkomen. Ik wilde van Balkenende een Bartlet maken, niet de Balkenende die we zien, maar de Balkenende die we graag zouden wíllen zien. Ik wilde een geslaagd ‘ik’-boek. Ik wilde na de brandhaarden van de wereld geloofwaardig neerdalen op de vierkante millimeter in de Haagse polder. Ik wilde zien of ik het ook kon in tweehonderd pagina’s, na drie weken in plaats van maanden herschrijven.
En, last but not least, wilde ik weten of het me zou lukken zonder schokeffecten en complot rond het Koningshuis. Want een boek over die dag had alles nodig, maar dat niet, hoewel de Telegraaf en al die reaguurders anders verwachtten.
Ik koos welbewust een boze witte man dichtbij (in mijn straat, in mijn huis), geen lone wolf, geen wraakzuchtige psychopaat of godsdienstwaanzinnige zoals we die graag zien – niet alleen in thrillers, maar ook en vooral in real life –, zodat we weer rustig kunnen slapen. En ik koos welbewust voor die afloop met een sisser.
Door die keuzes, van mij en niemand anders, vonden thrillerliefhebbers te weinig thrill en sensatiezoekers te weinig sensatie.

(WA, juni 2017)

Crimezone, Gert Jan de Vries, 12 november 2010: 
‘Hoe politiek en actualiteit in Nederland ook opeens spannend kunnen zijn. Asman doet iets wat in Nederland zelden gebeurt: hij schrijft op de huid van de tijd en dat doet hij voorbeeldig. In de kritieken is dit subtiele boek verkeerd begrepen en onderschat, want het gaat natuurlijk niet om Karst T. of het welbevinden van de koningin. Het is spannend omdat het gaat over ons, onze maatschappij en de manier waarop we met elkaar omgaan.’

NRC Handelsblad, Toef Jaeger, 30 april 2010:
‘Hoe moet je Koninginnedag lezen? Als thriller? Als een what if-history in de lijn van Tomas Ross? Of als vorm van ramptoerisme? Koninginnedag is geen van drieën – het geheel eindigt namelijk bewust en sympathiek genoeg met een anticlimax. Het boek is een preek over de verloedering van de samenleving en een pleidooi voor nog meer Balkenende. Een vlot vertelde illustratie bij de Postbus 51-filmpjes waarin de vraag centraal staat: aardige mensen, hoe ga je ermee om?’

De Spanningsblog, Peter Kuijt, 20 april 2010:
‘Koninginnedag is een intrigerende, vlot geschreven roman waarin de indringende bijpraatmomenten van de vrouw en de premier hoogtepunten zijn. Met een scherp oog voor de actualiteit brengt Asman niet alleen de financiële crisis en het gevaar van Wilders ter sprake, maar verwijst hij ook naar terzijdes als het ‘ietsisme’ van Ronald Plasterk en sneert hij naar Jan Mulder die eerst reclame maakt voor ING om daarna als Matthijs van Nieuwkerks tafelheer bankiers te fileren.’

Radio Nederland Wereldomroep, Gerda den Hollander, 25 april 2010:
‘Critici kunnen gerust zijn: het boek buit het leed van de slachtoffers niet uit. De beschrijvingen van de drie ontmoetingen die (de hoofdpersoon) had met de premier zijn de spannendste delen in het boek: de papieren premier toont zich een leergierig gesprekspartner, zonder slaafs haar aanwijzingen op te volgen. Asman levert veel goeie bespiegelingen over het Nederland van nu, maar vooral het gesprek over Wilders en diens denkbeelden blijft hangen. Asman kan beslist schrijven.’

Aktueel Man, Gerhard Hormann, 29 april 2010:
‘In de aanloop van 30 april kreeg thrillerschrijver Tomas Ross alle ruimte om zijn complottheorieën over de aanslag van vorig jaar te spuien. Beetje gek, want hij heeft niet eens een boek over dat onderwerp geschreven. Kun je beter naar Willem Asman bellen, auteur van het loeispannende boek Koninginnedag. Hij geeft een uiterst fascinerende draai aan de gebeurtenissen. Zo hád het gegaan kunnen zijn. En zulke motieven hád de dader kunnen hebben.’

Noordhollands Dagblad, Sonja de Jong, 19 mei 2010:
‘Je kunt je afvragen of het kies is: amper een jaar na het drama van Koninginnedag 2009, waarbij Karst T. probeerde in te rijden op de koninklijke familie en daarbij acht doden en vele gewonden op zijn geweten laadde, een thriller publiceren over deze gebeurtenis. Het leed dat veroorzaakt werd is nog vers, zowel bij de familie van de dader als bij die van de slachtoffers. Moet je daar dan mee scoren? Een vraag die ieder voor zichzelf moet beantwoorden. Maar het is wel een feit dat Asman er een boeiend en strak gecomponeerd boek van gemaakt heeft.’

De Telegraaf, Els Roes, 30 april 2010:
‘Apeldoorn 2009 is natuurlijk de perfecte materie voor complotdenkers en thrillerschrijvers – of een combinatie van beiden. Helaas is er van een
complot of een ander mysterie in Koninginnedag geen sprake.’

Jürgen Joosten, april 2010:
‘Wie over honderd jaar het Nederland in 2009 wil begrijpen, moet dit boek opgraven en lezen.’

VN’s D&T-gids, Ed van Eeden, juni 2010:
‘Een echte thriller is het eigenlijk niet geworden.’

Twentsche Courant Tubantia, 22 april 2010:
‘Een geen-thriller over Koninginnedag 2009’

crimezone, Cees van Rhienen, 22 april 2010:
‘Bij iedere Nederlander staat de gebeurtenis in Wageningen op Koninginnedag, 2009, nog scherp op het netvlies.’