Wondermans Eindspel

Wondermans Eindspel
2009
Vijftien jaar later krijgt Wonderman zeven dagen om zijn wereld te redden.
Maar dan haalt het verleden hem in…
Oud-minister Jaap Vos keert terug naar Afrika als Speciaal Afgezant van de Verenigde Naties. Terug naar het land dat hij vijftien jaar geleden van de ondergang dacht te hebben gered. Nog één keer in de schijnwerpers, om zijn reputatie van Wonderman te redden. Want ondanks de belofte dat het ‘nooit weer’ zou gebeuren, zijn opnieuw miljoenen mensen op de vlucht, honderdduizenden vermoord, en haalt de internationale gemeenschap wederom de schouders op.
In een ultieme poging regering en rebellen, daders en slachtoffers bij elkaar te brengen, raakt Jaap de regie over het machtsspel volledig kwijt. Hij speelt zijn laatste troef uit, een wanhoopsdaad die leidt tot een onverwacht weerzien met een bondgenote van vijftien jaar daarvoor. Is zij opnieuw Jaaps redding? Of is ze de voorbode van zijn ondergang?

Boek 3 – boek met een missie
In juni 2007, bij het begin van mijn Boek 3, geef ik mezelf drie opdrachten.

Nooit weer (Eerste Opdracht)
De eerste opdracht aan mezelf wordt uit woede geboren.
Het is november 2006, tijdens een van de vele Britannica-herschrijfrondes. Mijn Judge Stills leest op dat moment nog alle vier de dagboeken. Ik voel me als een drenkeling in mijn eigen manuscript en het wrakhout waaraan ik mij optrek, is een inhoudsopgave waarin ik in 400 pagina’s maar liefst twaalf maal een eeuw reis. Talloze verhaallijnen, plots binnen plots, slimmigheidjes, historische paradoxen, gespiegelde thematiek, inzichten en doorzichten, feitjes en details op elke pagina. Een ambitieus manuscript, jazeker, maar topzwaar. Ik ben verdwaald, zit klem, er zit niets anders op: de helft zal en moet eruit. Schrijven is allang geen schrappen meer, maar slopen.

Wat erger is: I’ve been here before. De les die ik dacht te hebben geleerd tijdens het herschrijven van De Cassandra Paradox, heb ik helemaal niet geleerd.
Asman is een ezel.
‘Nooit weer,’ denk ik.

Van slachtoffer naar dader
Zie ik dan geen enkel verschil? Natuurlijk wel.
Zo ben ik ditmaal niet boos op De Bezige Bij die er niets van snapt. Bij Britannica ben ik boos op mezelf, ha! Van slachtoffer naar dader – als dát geen vooruitgang is. Ik klamp me vast aan dit lichtpuntje als aan de lucifer die je opgelucht aanstrijkt in een verduisterde nachtmerrie, zodat je kunt zien – in die laatste seconde, die flits van helderheid – dat het geen kaars is die je aansteekt, maar de lont van een dynamietstaaf.

Boem
Hoe doen ‘echte schrijvers’ het? Wanneer ik voorzichtig informeer bij collega’s hoor ik griezelverhalen over muren vol aantekeningen en spreadsheets met keurig gedoseerde scènes en plotwendingen.
Eerst denken, dan pas doen, is hun aanpak, loodrecht op de mijne, Stephen Kings ‘to begin’ en Karel Appels ‘ik rotzooi maar wat an’. Ik verbied mezelf om een letter aan Boek 3 te schrijven voordat ik alles heb uitgedokterd. Pas als ik het begin heb bedacht, het einde, de cliffhangers, de personages, hun motieven, hun valkuilen, mag ik gaan schrijven.
Boem. Een eerste zin heb ik ook al. En dus een laatste. PJ geeft me Screenplay van Syd Field, een zelfbenoemd Hollywoodgoeroe uit de tachtiger jaren. Doe dit, zegt Field, met de stelligheid die elke Amerikaan lijkt aangeboren: dit en niets anders. Don’t begin before you know your end. Every scene should move the story forward.
Kan het zo simpel zijn? Of, beter gezegd:

Kan Asman het zo simpel?
Ik denk aan Indiana Jones. Ze vliegen boven de Himalaya als de dame aan zijn zijde ontdekt dat er geen piloot meer is. Onthutst wekt ze Indy. ‘Do you know how to fly?’ Hij zit al aan de stuurknuppel, zet zijn hoed recht, en zegt: ‘How hard can it be?’
In juni 2007 begin ik aan mijn outline, geheel volgens Hollywood-recept: Akte 1, akte 2, akte 3. Een maand later heb ik 45 hoofdstukken, keurig verdeeld in drie delen. Vervolgens doe ik twee maanden de invuloefening. Eind september zet ik de laatste punt.
Enigszins beduusd maak ik de balans op van mijn schrijfkunst so far.
De Cassandra Paradox kostte me twee jaar.
Britannica vijftien maanden.
Boek 3 vier.
Als ik zo doorga, doe ik Boek 4 in een week, Boek 5 op een achternamiddag tijdens de thee.
Had ik nu mijn zin?
Als ik eerlijk ben: ja, maar nee.
Ja, want ik heb het gedaan. Grappig wel, dat ik dit blijkbaar ook kan.
Maar nee. Van een boek schrijven heb ik een makkie gemaakt, een invuloefening, een kunstje, iets technisch, mechanisch, geen bal meer aan. PJ en PH waarschuwden me nog (of ik het zeker wist, of techniek niet haaks op passie en onbevangenheid stond), maar ik wilde van geen ophouden weten (de lat hoger, de volgende stap in de ontwikkeling, man met missie).
Alsof mijn gevoel al niet erg genoeg is, zijn mijn First Readers unaniem van mening dat dit manuscript het beste is wat ik ooit gemaakt heb, een ware page turner.

Plaats delict: Afrika (Opdracht Twee)
Al sinds vier rode cirkels pal op de evenaar verschenen op de omgekeerde wereldkaart in een verlaten schoolgebouw tweehonderd mijl ten noordoosten van Quito, Ecuador, weet ik dat ik Afrika ga bezoeken.
Zal ik ook daar een geheimzinnige tempelruïne aantreffen, zoals een van de epilogen van De Cassandra Paradox suggereert? Ik speel even met het idee van een sequel of prequel, noem Boek 3 zelfs enige tijd ‘C2’, maar het boeit me niet (of nog niet) voldoende. Did it, done it, got a t-shirt.

Wat weet ik eigenlijk van Afrika? Paradoxen, clichés. De gironummers op televisie aan de ene kant, de prachtige BBC-natuurdocumentaires met de betoverende voice-over van sir David Attenborough aan de andere. Het continent van Nelson Mandela, maar ook van Idi Amin. The origin of man én The origin of aids.
Van mijn meest recente trip naar Afrika herinner ik me Duitse toeristen rond een streng bewaakt luxe zwembad, krappe steegjes waar ik niet in durfde, schilderachtige toeristenmarktjes waar ik moest afdingen. Vooral: plaatsvervangende schaamte. Geroutineerde Afrikagangers hebben soortgelijke ervaringen: het contrast, de mensen, de hitte, de droogte, de armoede, de pracht, de trots, de geur.
In een poging een rode draad te ontdekken en het continent te doorgronden, leg ik een archief krantenknipsels aan per land, per cliché. Ik lees alles van Kees Broere, Afrikacorrespondent van de Volkskrant. Dertig centimeter verhalen van hoop en wanhoop, schuld en onschuld, helden en schurken.

Courtemanche en Eggers
Wanneer ik JM van de M-ABC boekenclub vertel van mijn Afrikaproject, krijg ik van hem Een zondag aan een zwembad in Kigali van Gil Courtemanche en Wat is de Wat van Dave Eggers.
Courtemanche lees ik in september 2007, Eggers in februari 2008.
Vergeleken met mijn boosheid is Courtemanche WOEDEND met uitroeptekens. Alles en iedereen krijgt ervan langs – de blauwhelmen, de VN, het IMF, de Wereldbank, de media, Canada, Frankrijk, Courtemanche zelf. Ik vind het een naar boek. Een boek over haat, met haat geschreven. Ik kan het niet wegleggen, maar het mag niet eindigen met die wanhoop, die aanklacht, met iedereen de schuld.
Wat is de Wat van Dave Eggers is schrijnend schitterend. De verschrikkingen krijgen reliëf, diepte en kracht door de keuzes van de verteller, de kinderstem van Valentino Achak Deng – hoe hij ze maakt en waarom. Schokkend is de scène waarin je begrijpt dat dit kind een hekel krijgt aan zijn eigen volk: we verdienen niet beter, denkt hij, laat ons dus maar sterven. Van daders en slachtoffers gesproken.
Eggers is ongetwijfeld even woedend als Courtemanche, maar zonder het tomeloze, machteloze, het hulpeloze. Ook Eggers geeft trouwens geen oplossing.
Onbewust verfijn ik Opdracht Twee Aan Mezelf en neem ik me voor dat mijn Boek 3 zal beginnen waar Courtemanche en Eggers eindigen.

Standpuntland (Opdracht Drie)
‘Er is in Nederland heus nog genoeg te doen, hoor, meneer,’ zegt een stem op de radio. De stelling waarop hij reageert luidt “Darfoer verdient meer aandacht”.
‘Waarom hebben wij het altijd,’ zegt hij, ‘over wat er zogenaamd mis is in het buitenland, met dat typisch Nederlandse opgeheven vingertje? We weten altijd zo goed hoe het bij anderen moet.’
Ik huiver. Kiplings White Man’s Burden, de redenatie omgekeerd.
Dit is de periode dat Peter R. de Vries de ether regeert met zijn ‘oplossing’ van de zaak Nathalie Holloway.
Waarom hebben wij altijd aandacht voor standpunten? denk ik. De stem van de straat heeft dagelijks zendtijd, de luidsprekers van de onderbuik, niet gehinderd door enige kennis van zaken. Sinds wanneer is spreken goud? Het Maurice de Hondvirus? Sinds Fortuyn, slecht begrepen? Wie heeft besloten dat luisteren en dialoog verdacht zijn en dat nadenken en nuance per definitie tot polderen leidt? Hoe kan het eigenlijk dat Wilders’ “de minister liegt” alle journaals haalt (vier zetels erbij)?
Opdracht Drie aan mezelf is geboren: Hoe bestrijd je standpunten zonder standpunt? Luidheid zonder luid te zijn?

Euhh…
‘Je kunt niet achterover leunen, er sterven daar mensen.’
Gelukkig, er is nog wel betrokkenheid. Aan het woord is Ira Newble, een Amerikaanse profbasketballer. Darfoer is sportnieuws, want de NBA-playoffs komen eraan.
‘Zo kan het niet langer,’ zegt Ira.
Atleten met miljoenensalarissen die oog houden voor de ellende in de wereld, de honderdduizenden doden, de miljoenen vluchtelingen, dat is te prijzen.
Ira heeft gelijk. Dit is een call to arms. Wij moeten iets doen. “Wij.” “Iets.”
Maar wie? Wat? Het leger zit vast in Irak en Afghanistan. Collectief een maandsalaris doneren? Er zelf heen, de NBA platleggen, allemaal naar Soedan vliegen, op de barricaden, een episch gevecht tussen goed en kwaad, Hemingway-style?
Nee, Ira’s plan is minder ambitieus, lees ik. Om te beginnen denkt hij aan een petitie op het web, misschien gevolgd door een fakkeltocht en uiteindelijke mogelijk een open brief aan de regering van China, want (zegt een hoogleraar) Beijing is er verantwoordelijk voor dat pas tweehonderd van de beloofde tweeëntwintigduizend blauwhelmen in Darfoer actief zijn.
Jammer, Ira, denk ik. Wij zeggen maar zij daar in China bedoelen.

Ook gij, Asman?
De wereld staat in brand, Ira doet zijn best om een steentje bij te dragen, en Asman weet het weer beter. Lekker makkelijk vanuit de leunstoel.
Ik weet het eigenlijk altijd beter. Wat is dan het verschil tussen hem en mij? Dat ik het niet van de daken blaas? Kan ik dat serieus volhouden? Wat is mijn rol eigenlijk? Blaas ik in mijn boeken en mijn weblog niet ook nogal hoogmoedig van de toren in de geest van Multatuli’s ‘niets is waar en zelfs dat niet’?
Wat zou ik doen? Stel dat Kofi Annan, de Secretaris Generaal van de Verenigde Naties, tijdens de veelgeplaagde nadagen van zijn laatste ambtstermijn, mij belt?
Het is zondagavond.
Onbekend nummer, zie ik op mijn schermpje.
Ik neem op. Onmiddellijk herken ik zijn toon, zijn dictie, de wereldberoemde, vermoeide, hese stem, zacht maar dwingend. ‘Willem, we need you. Time is running out.’
Niemand kan die stem weigeren.

Had ik nu mijn zin (2)?
Koffers pakken en erheen? Ze zien me aankomen met mijn laptopje. Ik denk aan Paul Theroux’ woorden: ‘Omdat het lijkt alsof Afrika nog niet af is, trekt het mythomanen aan, mensen die de wereld van hun waarden willen overtuigen.’
Niet erheen dus. Ik ben van nature geen held. Ik zou een Courtemanche worden – hopeloos, machteloos, uitzinnig – en één Courtemanche is genoeg.
Wat dan? Jan Pronk bellen?
Verder kom ik eigenlijk niet. Ook ik doe uiteindelijk niet anders dan luide woorden van verontwaardiging spreken, het probleem verleggen en de oplossing van een ander verwachten. Ik besluit Jan Pronk dan ook niet te bellen, maar zelf verantwoordelijkheid te nemen. Schrijven, zei collega Dorrestein al, is het oplossen van problemen die de schrijver zelf heeft gecreëerd.
Ik ben op dit moment natuurlijk al lang geen boek meer aan het schrijven. Woedend ben ik Asmans oplossing voor De Grote Afrikaanse Kwestie aan het najagen, die zo verrassend en voor de hand liggend zal zijn, dat het achteraf te gek voor woorden is dat iedereen hem al die tijd over het hoofd heeft gezien. Niet toevalligerwijs is mijn Boek 3 op dat moment het verhaal van de man die zijn eigen reputatie is gaan geloven. Niet toevalligerwijs lees ik op dat moment Woede van Salman Rushdie en Ik heb altijd gelijk, W.F. Hermans in topvorm. Niet toevalligerwijs is mijn Boek 3 op dat moment een boos manuscript met een nare hoofdpersoon en een ongeloofwaardig en onmenselijk einde (boem). Het verhaal over het grote onbescheiden project van een man wiens ambitie hem blind maakte. Van de man die de magie eraf haalde, met zijn zelfgestelde doelen en opdrachtjes. Die vergat waar het ook alweer over ging en die al doende zijn grote liefde bijna om zeep hielp. Een drammerige man, een man vol woede, blind voor de wereld, zo betrokken en overtuigd van zichzelf en zijn eigen goede bedoelingen dat alles en iedereen voor zijn gelijk moet wijken.

Had ik nu mijn zin (3)?
Het scheelde weinig, eerlijk is eerlijk, of mijn Boek 3 was in de prullenbak geëindigd.
Maar Pieter Swinkels, mijn onvolprezen partner in crime, overtuigt mij in mei 2008 dat Wonderman een tweede kans verdient.
‘Waar gaat het verhaal over?’ is ditmaal zijn vraag.
Onder de gordel.
Meer dan honderdtwintigduizend woorden schrijven en dan die vraag over het hoofd zien. Ben ik er toch weer ingetrapt? Die zomer begint mijn twijfel bijna existentiële vormen aan te nemen: moet ik mezelf meer of juist minder serieus nemen? Gaat dit boek eigenlijk wel over Afrika? De Verenigde Naties? De rol van het Westen? Schuldgevoel? Goede bedoelingen? Over wat er resteert zonder hoop (een alternatief?)?
Of gaat het over een man? Zo ja: welke? De hoofdpersoon? De schrijver? Misschien moet hij zichzelf eens in de spiegel bekijken? Misschien moet hij minder blind worden, minder overtuigd? Misschien moet hij zich eens ontspannen? Stel je voor, ontspannen terwijl de wereld in brand staat?

Welke twist had Boek 3 in petto voor de man om wie het draait? Welke revanche, welke redding, welk onverwacht eindspel? Het antwoord ligt voor u klaar, vanaf 15 januari 2009 in de boekhandel.

(WA, december 2008, met dank aan Nanda Brouwer)

15 januari 2009
De boekpresentatie vindt plaats in de bovenzaal van café Reijnders op het Leidseplein. Mijn Boek 3, de prachtige door Studio Jan de Boer ontworpen omslag met de gele gloed, ligt in hoge stapels tegen de achterwand.
Al die mensen, al die verschillende sporen van mijn leven, plotseling verenigd.
Vraag: ‘Waar kent u de heer Asman van, als ik vragen mag?’
Antwoord: ‘Wimpie? Die ken ik al sinds hij geboren is.’
Mijn eerste interview heb ik die middag live op de radio gegeven, bij BNR. Twintig vragen, na vijf minuten sta je weer buiten. Het gaat ook niet om de antwoorden, maar om de snelheid.

Eerste exemplaar
Als het me om aandacht te doen is, kom ik die avond niets tekort. ‘Willem Asman is niet langer de schrijver die hij graag wilde zijn, noch de schrijver die schreef zoals hij meende dat Willem Asman zou moeten schrijven,’ mythologiseert mijn partner in crime Pieter Swinkels. En: ‘Opnieuw slaagt Willem er met zijn duivelse slimheid in je na te laten denken en je opnieuw naar de wereld om je heen te laten kijken, en net zoals in de beste What if -thriller, levert dat meestal een enigszins ontwrichtende ervaring op.’

‘Dit boek is een uitstekend glas wijn,’ zegt Pieter Hemels even later, ietwat beduusd met het eerste exemplaar in zijn hand, Swinkels’ stelling bevestigend, ‘met de laatste slok de smaak van droesem.’ Diep in de nacht leest hij zeven woorden aan zijn kinderen voor die ze meteen begrepen.

De ontvangst
Ik heb nooit mogen klagen over kritieken, maar Wondermans eindspel spant de kroon. Werkelijk overal wordt mijn derde bejubeld, van NRC, Trouw, de Volkskrant tot Panorama, KRO en Veronica, van Flair tot Elsevier en HP/De Tijd, van het Dagblad van het Noorden tot het Brabants Dagblad. Ook in de diplomatieke wereld oogst ik lof. Hoeveel vergelijkingen met John le Carré kan een schrijver overleven? ‘Wondermans eindspel beantwoordt jaloersmakend en tot in de perfectie aan de eisen die je aan het genre kunt stellen,’ verklaart Tomas Ross publiekelijk, als hij zijn onvrede uit over de Gouden Strop 2009. ‘Asmans bevlogen boodschap voor de wereld’ (Gijs Korevaar) en ‘Asman heeft zijn eigen genre geschapen’ (Jürgen Joosten) vind ik ook mooi. Gelukkig houdt de VN T&D-gids van Vrij Nederland als enige stand: ‘merkwaardig boek’ (Hans Knegtmans).

De eerste stapel spot ik ditmaal zelf, tijdens het feestje van Simone van der Vlugt op 20 januari 2009, in boekhandel Kooyker te Leiden. Mijn eerste live koper is ook een collega (Loes den Hollander). Als ik twee weken later Selexyz Scheltema op het Spui binnenloop, om Linda Polman (De crisiskaravaan) te kopen, besef ik pas hoe geweldig die stapel in Kooyker was: er liggen er bij de zogeheten kwaliteitsboekhandel welgeteld vier, ergens ver weg, in een hoekje, na unanieme rave reviews.

‘Is uw boek een aanklacht?’ wordt me vaak gevraagd. Als ik dat ooit al dacht, ben ik genezen na het lezen van Linda Polman. De titel van Hoofdstuk 1, meteen al, geeft me kippenvel (Stel… je krijgt een telefoontje). Boem. Wat een verbluffend boek. En wat ben ik blij dat ik het niet eerder las, dan hadden alle voorbeelden die Polman noemt nog in Wondermans eindspel gemoeten.
De discussie wel-of-niet-ingrijpen speelt, zo lees ik, als sinds de oprichting van het Rode Kruis. Florence Nightingale of all people was tegen, en stak het niet onder stoelen of banken. Als we de hulp aan de strijdende partijen verbeteren, was haar redenatie, verlengen we de vijandelijkheden.
Dat vond ze in 1863.
Anderhalve eeuw geleden.
Logisch dat er niemand meer luistert.

Hoewel ik hoorde dat het Rode Kruis Gijs Korevaar nog op hoge poten belde, naar aanleiding van het interview met mij in het Algemeen Dagblad (31 januari 2009) onder de kop ‘Ik eis dat het Rode Kruis gaat nadenken.’
Bij Oba Live ben ik twee uur tafelheer. Tip: doe een rondetafelgesprek alleen als de deelnemers ongeveer hetzelfde idee hebben over het gespreksonderwerp. Maakt het uit? Nee, met het oog op de tijd babbelen we voort, net of wij het gesprek wel begrijpen.

Ook nieuw: mijn primeur uitnodiging voor het Boekenbal! Op 10 maart 2009 groeten we in de Stadsschouwburg Beau van Erven Dorens en Hans van Mierlo vriendelijk, roken een sigaretje op het bordes naast Jules Deelder en vermaken ons met de drukte rond de camera’s.

Power of Plots
Ongeloof, verbijstering, woede en een oproep tot het vermoorden van juryleden en opheffen van de prijs. Die tref ik in mijn inbox na de bekendmaking van de nominaties voor de Gouden Strop 2009. NRC en Trouw spreken schande. Hartverwarmend, zulke reacties, jawel. Maar wat moet je ermee? De longlist van de meest prestigieuze Nederlandse prijs in ons genre blijkt voor Wondermans eindspel het hoogst haalbare. Want was het nog wel een thriller? voorspelde de NRC al (Gert-Jan de Vries).
Ben ik teleurgesteld? Teleurgesteld doesn’t begin to describe it. Maar niet lang. ‘Jury’s horen onbegrijpelijk te zijn,’ hoor ik mezelf zeggen. ‘Dat is de magie van juryprijzen. Als we het zelf wel eens konden worden, hadden we hun niet nodig.’ En: ‘Het enige dat erger is dan een jury die het bij het verkeerde einde heeft, is een jury die gaat uitleggen waarom ze gelijk heeft.’
Geloof ik het zelf? Jawel hoor, ik ben namelijk de voorzitter van de stichting die de prijs organiseert en heb me te gedragen.
Voor het genre en de prijs, vijf nooit eerder genomineerden, en eindelijk een vrouwelijke Nederlandse winnaar, was het de beste uitslag die we ons konden wensen. Beter in elk geval dan een voorzitter die zichzelf op zijn eigen feestje laat bekronen.
En gaat het mij dan om de prijs?
Waarom dan wel?

Jan Pronk
Het was in één woord geweldig om hem te ontmoeten. Onverwacht, misschien omdat ik me mentaal ook had voorbereid op de meest eigengereide en gelijkhebberige versie van mijn fictieve Jaap Vos. Asman maar weer eens verstrikt in zijn eigen wereldje.
‘U heeft nooit voor de VN gewerkt of in de politiek? U bent nooit in Afrika geweest? En u heeft Jan pronk nooit ontmoet?’ Vragen van ongeloof en bewondering, die ik met enige trots aanhoorde. Ik had nog geprobeerd hem voor het debat te spreken te krijgen, maar dat was vanwege drukte aan zijn kant niet meer te regelen.
Jan Pronk spreekt openhartig over Afrika, de VN, en last but not least over zichzelf, zijn rol en de betrekkelijkheid ervan. Open, charmant, vriendelijk, genereus, anders kan ik hem niet omschrijven. Een ‘respectvolle, intieme ontmoeting tussen twee kenners en liefhebbers’, noemt een toeschouwer het achteraf. Tenslotte – detail – is Jan Pronk bijzonder lovend over mijn boek. Noemt hij moeiteloos zes aspecten uit mijn boek die hem als zeer accuraat hadden getroffen. Het telefoontje van Kofi Annan! jazeker dat is hem overkomen, tweemaal zelfs, zo gaat dat.

Mijn vader is erbij, handen worden geschud. Uiteraard is ook hij trots om zoveel redenen, het rode nest nog even in volle glorie. En Pronks vrouw Tineke. ‘Sommige passages,’ vertelt ze M, ‘heeft Jan meerdere malen gelezen zo goed vond hij ze.’ En privé was er inderdaad een hoge prijs betaald, bijvoorbeeld toen Jan Pronk drie jaar in Darfoer verbleef en zij niet mee mocht wegens veiligheid.
Mooi detail: hun zoon belde vanuit Uruzgan ‘Pa er is een boek geschreven over je’.
Pa schrok daarvan, geeft hij toe.
‘Ik heb er heel in het begin over gedacht u te bellen,’ zeg ik.
‘Goed dat u dat niet heeft gedaan,’ antwoordt hij.
Hoe hij het heeft volgehouden?
‘Ik heb er dertig jaar geleden voor gekozen,’ antwoordt Jan Pronk. ‘En daarna was het eigenlijk out of my hands.’
Ik ben er stil van.

De Diamanten Kogel
Bijna net zo stil ben ik op 24 november 2009, bij de bekendmaking van de winnaar van de Diamanten Kogel 2009. Als de stem van juryvoorzitter Henri-Floris Jespers klinkt, en als ik hoor hoe hij spreekt over mijn boek, weet ik dat ik heb gewonnen. ‘Het geraffineerde machts- en misleidingsspel, de genadeloze werkelijkheid en het slagveld van goede bedoelingen; de hoofdpersoon wentelt rond, wordt bedrogen, bedreigd, geconfronteerd en afgemat, en blijkt aan het eind een ander soort held dan in de verwachting lag,’ leest hij voor uit het juryrapport. ‘In de nuchtere, realistische en schrijnende evocatie van de nadagen van Wonderman is Willem Asman zonder meer geslaagd. Maar de auteur weet ook en vooral de Afrikaanse realiteit over het voetlicht te brengen. Voor oningewijden vaak onbegrijpelijk maar Asman maakt het inzichtelijk, dank zij een combinatie van informatie en inzicht, ingebed in spanning, hoewel niet de geijkte spanning en zeker zonder de overdrijvingen die het genre zo typeren en soms ontsieren. Met Wondermans eindspel voegt Willem Asman een sterke psychologische misdaadroman toe aan zijn twee eerdere titels. Zowel De Cassandra Paradox als Britannica bleken het werk van een creatieve geest met een scherpe en stilistisch sterke pen. Wondermans eindspel, een intelligent boek dat inzicht verschaft in een complexe materie, bevestigt dit talent in overtreffende trap.’

(WA maart 2010)

Naschrift: Wondermans eindspel figureert rond de feestdagen van 2009 in televisiecommercial van de VVV op Nederland 1, 2 en 3, met dank aan Ilse Alblas (Hemels van der Hart)

Marcella van der Weg, HP/De Tijd 11 december 2009:
‘Een politieke thriller die met typische Asman-aplomb ergens over gaat en ook nog eens prachtig is geschreven.’

Juryrapport De Diamanten Kogel, 24 november 2009:
‘Het geraffineerde machts- en misleidingsspel, de genadeloze werkelijkheid en het slagveld van goede bedoelingen; de hoofdpersoon wentelt rond, wordt bedrogen, bedreigd, geconfronteerd en afgemat, en blijkt aan het eind een ander soort held dan in de verwachting lag.
In de nuchtere, realistische en schrijnende evocatie van de nadagen van Wonderman is Willem Asman zonder meer geslaagd. Maar de auteur weet ook en vooral de Afrikaanse realiteit over het voetlicht te brengen. Voor oningewijden vaak onbegrijpelijk maar Asman maakt het inzichtelijk, dank zij een combinatie van informatie en inzicht, ingebed in spanning, hoewel niet de geijkte spanning en zeker zonder de overdrijvingen die het genre zo typeren en soms ontsieren.
Met Wondermans eindspel voegt Willem Asman een sterke psychologische misdaadroman toe aan zijn twee eerdere titels. Zowel De Cassandra Paradox als Britannica bleken het werk van een creatieve geest met een scherpe en stilistisch sterke pen. Wondermans eindspel, een intelligent boek dat inzicht verschaft in een complexe materie, bevestigt dit talent in overtreffende trap.’

NRC, Gert Jan de Vries, 30 januari 2009:
‘Met Wondermand eindspel stelt Willem Asman zich prominent kanididaat voor alle Gouden Stroppen en Diamanten Kogels die er in de Lage Landen te winnen zijn. Wondermans eindspel is het voorlopig hoogtepunt in een zich razendsnel ontwikkelende schrijverscarrière. Een onafgebroken duikeling van spannende elementen, van onzekerheid, van plotwendingen en van grote verrassingen. Het heeft een rijke thematiek, round characters en de stijl waarin het is geschreven is formidabel. Zowel in zijn beschrijvingen als in de handeling hanteert Asman namelijk een staccato dat neigt naar literair pointillisme. Asman lokt zijn lezers dichterbij om de details te onderscheiden en dwingt ze vervolgens weer op afstand om het verband te zien. De grote vraag is eigenlijk of dit literaire boek nog wel een thriller is. Een politiek angehauchte roman die zich op VN-niveau afspeelt, dat kan toch zeker geen whodunnit zijn? Nee, dat is het zeker niet en vrijwel alle andere clichés van het genre ontbreken ook. Wondermans eindspel heeft meer gemeen met Teheran, een zwanenzang van F. Springer dan met Grisham of Baantjer.’

Tomas Ross, juni 2009:
Wondermans eindspel beantwoordt jaloersmakend en tot in de perfectie aan de eisen die je aan het genre kunt stellen.’

Flair, februari 2009:
‘Superspannende én ontoerende thriller’

de Volkskrant, Ineke van den Bergen, 13 februari 2009:
‘Mooie combinatie van informatie en inzicht, ingebed in spanning, hoewel niet de geijkte spanning. Westerse machteloosheid omgezet in beeldende taal.’ ****

Trouw, Harriët Salm, 24 januari 2009:
‘Knap is allereerst Asmans beschrijving van het optreden van de internationale gemeenschap. Naïviteit kun je de schrijver niet verwijten. Knap is ook de manier waarop Jaap Vos is getekend. Als een moderne Don Quichot die niet van opgeven weet. Op een bizarre en tegelijk aangrijpende manier wordt Jaap Vos met zijn verleden geconfronteerd. Wat een verademing na al dat psycho-gebabbel van eigen thrillerbodem: eindelijk weer eens een lekker spannend boek dat ook nog eens echt ergens over gaat.’

Crimezone, Kees de Bree, 20 januari 2009:
Wondermans eindspel is even schrijnend als spannend, intens en intelligent. Asman toont zich een groot kenner van de politieke mechanismen, met een fabuleus inzicht in machtsverhoudingen. Zijn beschrijving van hoofdrolspeler Jaap Vos is magistraal. Wondermans eindspel doet denken aan de prachtige boeken van Graham Greene, John Le Carré en Robert Harris. Asman is een rasverteller, hij schrijft uitermate beeldend en invoelend, met een taalgebruik dat tot in de puntjes verzorgd is. Zijn dialogen zijn loepzuiver. Het verhaal raast voort met een grote diepgang. Een uitermate knap geschreven boek dat verontwaardiging oproept en tot nadenken stemt. Een boek op hoog niveau, van internationale allure. Asman behoort tot de absolute top.’ * * * *

Veronica Magazine, Lieke Kézér, 17 januari 2009:
Wondermans eindspel is een intelligente politieke thriller. Scherp en spannend.’ * * * *

Elsevier, Irene Start, 24 januari 2009:
‘Asman heeft een opvallend uitgekristalliseerde stijl. In elke zin zit wel een slimmigheidje verstopt. Het doet denken aan John le Carré, doorspekt met Hollandse branie. Ook de cadans is prettig. Van spannende jeeptochten gaat het naar overpeinzingen over het failliet van Afrika, van bomgordels naar een reflectie over de merites van het gezinsleven. Afrika redden heeft zo zijn prijs. Wondermans eindspel is misschien meer literair dan spannend. Het maakt nieuwsgierig of Asman ook dat andere kan: het schrijven van een volbloed roman.’

Algemeen Dagblad, Gijs Korevaar, 31 januari 2009:
‘Asmans woede over het onrecht en het geweld spat van de pagina’s af. In Wondermans eindspel weet Asman verbazingwekkend goed de sfeer in een Afrikaans land te treffen. Bovendien slaat hij precies de juiste toon aan in zijn beschrijvingen van de nationale en internationale politieke wereld.’

BOEK Magazine, Hans van der Klis, januari/februari 2009:
‘Al bij publicatie van zijn eerste thriller was duidelijk dat Willem Asman een aanwinst betekende – zelfs als het bij die ene uitbarsting van creativiteit was gebleven. Maar de schrijver gunt ons nauwelijks de tijd op adem te komen. Nu is daar alweer nummer drie: Wondermans eindspel. Andermaal een uitstekend boek, met een wijze les toe.’

re.Public, LVT, 16 januari 2009:
‘Achterin het boek geeft Asman een uitgebreid overzicht van boeken en historische personen die hem hebben geïnspireerd. Deze vermenging van feiten en fictie maakt het boek extra spannend. Als lezer waan je je getuige van een vredesmissie die zomaar echt gebeurd zou kunnen zijn. Alsof de auteur onthullingjournalistiek bedrijft. Tegelijkertijd is Wondermans eindspel een echte roman. Asman is een knappe, boeiende verteller. Hoewel vanaf het begin duidelijk is dat Jaaps missie gedoemd is tot mislukken, is de ontknoping toch bijzonder verrassend. 364 pagina’s die je in één ruk uitleest.’

Dagblad van het Noorden, HR, 15 januari 2009:
‘Als een schrijver een fictief politiek drama laat plaatsvinden in deze tijd, met bekende hedendaagse politici en herkenbare situaties, maakt hij het zich niet gemakkelijk. Immers, om geloofwaardig te zijn dienen de gebeurtenissen en karakters niet te veel af te wijken van de realiteit zoals de lezer die kent. Die controleerbaarheid van feiten stelt hoge eisen aan het verhaal. Niet iedere auteur is tot zo’n prestatie in staat. John le Carré slaagde daar heel goed in met zijn boek over Afrika, De luistervink (2006), en nu levert auteur Willem Asman met Wondermans eindspel een actuele politieke thriller af van vergelijkbaar niveau.’

KRO Detectives, msmit01, 21 januari 2009:
‘Met dit boek maakt de KRO Detective site een zijsprong, maar wel één waarvan uw recensent hoopt dat u, lezer, die meemaakt. Het boek is geen ‘who did it’ in de klassieke zin, geen speurdersroman of psychologische thriller. Wel een met compassie en kennis van (diplomatieke) zaken geschreven zoektocht naar het waarom van menselijk falen. Klinkt dat u al te literair? Geen nood: spanning en cliffhangers genoeg voor de liefhebber van een met vaart verteld verhaal dat het best een ‘politieke thriller’ genoemd mag worden.
In zijn strijd tegen de windmolens worden Jaap Vos en zijn strijd u dierbaar. En wordt Wondermans eindspel meer dan een thriller. Een boek dat schuurt door de onvermijdelijkheid waarmee het de teloorgang van een continent lijkt te beschrijven. Maar ook het geloof beschrijft dat het de Wondermannen van deze wereld ooit zal lukken, die vrede. “Er is altijd hoop. En zo niet, is er een alternatief,” concludeert Jaap Vos. De wereld mag het hopen.’

Plantagebooksandmore.nl, Gijs Korevaar, 23 januari 2009:
‘Asman schrijft over Afrika en de wereldpolitiek alsof het zijn dagelijks werk is. Het knappe van Asmans boeken is dat de lezer niet door krijgt dat de schrijver geen ooggetuige of deskundige is. Hij weet precies de juiste toon te vinden voor de beschrijving van het groene Afrika, maar ook van de strijdende partijen en de gruwelijkheden van een Afrikaanse burgeroorlog. Tegelijk is het alsof hij weet hoe het werkt bij de Verenigde Naties.’

De Spanningsblog, Peter Kuijt, 26 januari 2009:
‘Hoe veel actueler kun je zijn? Asman vertelt het verhaal rechttoe rechtaan. Iedere scène stuwt het verhaal in razende vaart voort. Wondermans eindspel is een geëngageerde, intelligente politieke thriller, geschreven door een auteur die het wél kan schelen wat er in Afrika gebeurt. Vol intrigerende karakters en krachtige dialogen. Wondermans eindspel is een boek dat lang beklijft. Een witte raaf tussen al die literaire relatiethrillers die zo veel op elkaar lijken.’

bloedspannend.nl, 2 februari 2009:
‘Een elegant geschreven politieke thriller.’ * * * *

misdaadromans.nl, Gerd Boeren, januari 2009:
‘Op momenten doet Asman aan Le Carré denken en dat is een groot compliment. Geëngageerde politieke thriller. Degelijk, goedgeschreven.’

NRC Next, Toon Beemsterboer, 13 februari 2009:
‘Asman is één van de talentvolste Nederlandse thrillerschrijvers. Wondermans eindspel is een razend spannend boek.’

Brabants Dagblad, Mieske van Eck, 14 februari 2009:
Wondermans eindspel is een humoristisch, soms cynisch boek. Het predicaat ‘literaire thriller’ van dit boek is nu eens geen loze kreet. Asman schrijft trefzekere dialogen en laat zonder gepsychologiseer zien hoe Vos aanloopt tegen de beperkingen van hem zelf en de mensen met wie hij het in Afrika moet zien te rooien.’

Noordhollands Dagblad, Ineke Berkhout, 20 februari 2009:
‘Een politieke thriller, goed geschreven in de stijl van John le Carré.’

Internationale Samenwerking Magazine, Lonneke van Genugten, maart 2009:
Wondermans eindspel is een vlot geschreven thriller die zelfs een kijkje biedt in de keuken van de Verenigde Naties. Tegelijkertijd zet het verhaal aan het denken over de dilemma’s van vredestichters in oorlogstijd.’

Panorama, 11 maart 2009:
‘Asman schrijft op een snelle, toegankelijke manier, en geeft een interessante kijk in de keuken van de wereldpolitiek. Aan het begin moet je even door de Afrikaanse politiek en het diplomatenwereldje heen bijten, maar dan blijf je lezen. Een spannende clou ook. Dit is een goed boek! Cijfer: 8’

Blz., Helma Koek:
Wondermans eindspel is spannend, heeft vaart, is kritisch en geëngageerd en ook nog eens erg goed geschreven. Lezen!’

scholieren.com, Kees van der Pol, 1 maart 2009:
Wondermans eindspel is een heel ander soort literaire thriller dan we de laatste jaren gewend zijn. Het is geen psychologisch verhaal over vrouwen en hun relatieproblemen. Nee, het is een harde politieke thriller over de machten die de wereld beheersen. Daarmee wordt het boek meteen op een hoger niveau geplaatst.’

Radio 1, KRO’s Nacht van het Goede Leven, Adeline van Lier, 16 februari 2009:
Wondermans eindspel is een indrukwekkende, geëngageerde, intelligente politieke thriller. Willem Asman heeft een groot inzicht in de politieke mechanismen, machtsverhoudingen, groepsprocessen, onderhandelingstechniek en psychologische oorlogsvoering. Als de eerste twee net zo goed zijn als zijn derde, moet ik die beslist ook gaan lezen.’

Rolf Bos, deleunstoel.nl 15 oktober 2009:
Wondermans eindspel is één van de beste Nederlandse thrillers van dit jaar, een geheide Gouden Strop-kandidaat. Van het niveau dat John LeCarré in zijn recente Afrikaboeken bereikt.’